donderdag 20 september 2007

Google

In het Journal des tribunaux van deze week (nr. 6278 - 29/2007) is een uiterst lezenswaardig artikel verschenen van A. Strowel over de auteursrechtelijke aspecten van de activiteiten van Google. Het abstract van dit artikel getiteld 'Google et les nouveaux services en ligne :quels effets sur l’économie des contenus,quels défis pour la propriété intellectuelle ?' , luidt als volgt :


Google et les moteurs de recherche modifient la façon dont les contenus (articles de presse, livres, films, etc.) sont rendus accessibles au public. Traditionnellement, la presse, les éditeurs de livres et les producteurs audiovisuels vendent ces contenus. Les services de recherche et de distribution en ligne offrent désormais des contenus en accès gratuit, ce qui concurrence les médias classiques. Cette économie du gratuit est largement financée par la publicité en ligne, notamment la vente de mots clés déclenchant l’apparition de liens publicitaires au profit des annonceurs. Après avoir présenté les ressorts de cette nouvelle économie des contenus, l’article passe en revue les questions juridiques que posent les moteurs de recherche et autres services en ligne, en particulier en matière de propriété intellectuelle : les ventes de mots clés correspondant à des marques constituent-elles des atteintes à ces marques ? Les revues de presse en ligne sont-elles permises par le droit d’auteur ? Quelle responsabilité pour les sites de « contenus produits par les usagers » ? Comment envisager la numérisation des bibliothèques au regard du droit d’auteur ?

Dominante machtspositie Microsoft bevestigd

Op 17 september 2007 deed het Europese Gerecht van Eerste Aanleg uitspraak in één van de meest controversiële zaken van mededingingsrecht aller tijden. In zijn arrest bevestigde het Gerecht de beslissing van de Europese Commissie dat Microsoft het Europese mededingingsrecht geschonden heeft door misbruik van haar dominantie marktpositie te maken.

Op 3 maart 2004 had de Europese Commissie geoordeeld dat twee verschillende aspecten van de ondernemingspraktijken van Microsoft als misbruikende gedragingen konden worden gekwalificeerd.

Een eerste misbruik bestond er volgens de Commissie in dat Microsoft opzettelijk de interoperabiliteit tussen pc’s die het Windows besturingssysteem draaien en servercomputers die een niet-Microsoft werkgroep serversoftware draaien aan banden legde, door haar concurrenten geen informatie te verstrekken over de Windows software. Een tweede misbruik bestond er volgens de Commissie in dat de integratie van Windows Media Player in het Windows besturingssysteem een onrechtmatige koppelverkoop uitmaakte, waardoor de mededinging op de markt van mediaspelers wordt verstoord.

De Commissie beval Microsoft om maatregelen te nemen opdat een einde aan deze misbruiken zou worden gesteld. Microsoft kreeg van de Commissie eveneens een nooit eerder gezien geldboete opgelegd van € 497 miljoen. Microsoft stelde dienvolgens een annulatieberoep in bij het Gerecht van eerste aanleg, die de beslissing van de Europese Commissie vrijwel integraal bevestigde.

Interoperabiliteit
In essentie komt het misbruikende gedrag van Microsoft er op neer dat zij aan concurrenten geen licentie wil verstrekken op haar producten waardoor deze concurrenten zelf geen eigen producten kunnen ontwikkelen die onder het Windows besturingsysteem kunnen draaien. Een conflict dus tussen enerzijds het mededingingsrecht en anderzijds de contractsvrijheid en de intellectuele eigendom.

Het Gerecht stelde dat conform vaststaande rechtspraak het aan ondernemingen in principe vrij staat om hun handelspartners te kiezen, maar dat onder bepaalde omstandigheden de weigering van een onderneming die een dominante marktpositie heeft om een licentie te verstrekken een misbruik kan uitmaken. Opdat een dergelijke weigering door een houder van een intellectueel eigendomsrecht kan gekarakteriseerd worden als een misbruik van dominante marktpositie dient aan drie voorwaarden te zijn voldaan: (i) de weigering moet betrekking hebben op een product of dienst die onontbeerlijk is voor het uitoefenen van een activiteit op een naburige markt, (ii) de weigering moet van die aard zijn dat elke effectieve mededinging op die markt wordt uitgesloten, en (iii) de weigering moet het verschijnen van een nieuw product verhinderen waarvoor een potentieel vraag bij de consument is. Enkel indien hiervoor een objectieve rechtvaardiging zou kunnen aangevoerd worden, is er geen sprake van een misbruik.

Het Gerecht bevestigde het standpunt van de Commissie dat in casu aan deze drie voorwaarden was voldaan. Het Gerecht oordeelde dat de weigering door Microsoft niet kon gerechtvaardigd worden omwille van het feit dat de desbetreffende technologie door intellectuele eigendomsrechten wordt beschermd. En dergelijke rechtvaardiging zou immers bovenstaande principes neutraliseren. Het Gerecht wees er wel op dat interoperabiliteitsinformatie die Microsoft dient te verstrekken enkel op de specificaties van bepaalde Windows protocollen slaat en niet op de broncode zelf van Windows. Microsoft dien dan ook geenszins haar broncode aan concurrenten mee te delen.

Koppelverkoop
Volgens het Gerecht maakt een koppelverkoop naar communautair recht een misbruik uit indien aan vier voorwaarden is voldaan. (i) Vooreerst dient een onderneming een dominante marktpositie te hebben voor het koppelende product. Er kan volgens het Gerecht weinig discussie bestaan over het feit dat Microsoft een dominante positie heeft op de markt van besturingssoftware voor Pc’s. (ii) Daarnaast dienen het koppelende product en het gekoppelde product twee verschillende producten te zijn. Windows en Media Player zijn volgens het Gerecht twee totaal afzonderlijke producten: het eerste is besturingssoftware, het tweede toepassingssoftware. Zo bestaan er ook andere bedrijven zoals RealNetworks die concurrerende producten aanbieden los van een besturingssysteem en ontwikkelt Microsoft Media Player ook voor andere besturingssystemen. (iii) Bovendien dienen consumenten geen keuzemogelijkheid te krijgen om het koppelende product te kopen zonder het gekoppelde product. Volgens het Gerecht kan er geen discussie over bestaan dat de consument niet in staat zijn om Windows te kopen zonder tegelijk ook Media Player te verkrijgen. Het feit dat Microsoft geen afzonderlijke prijs voor Media Player vraagt of de consumenten niet verplicht zijn om deze mediaspeler te gebruiken, is niet relevant.(iv) Tot slotte moet deze praktijk de mededinging verhinderen. Deze koppeling heeft volgens het Gerecht het onvermijdelijke gevolg dat het voor derden die ook mediaspelers aanbieden een zeer zware opdracht wordt om te concurreren. Dit zou dan ook kunnen leiden tot een vermindering van mededinging op een dergelijke wijze dat het verder bestaan van een effectieve mededingingstructuur in de nabije toekomst niet meer zou kunnen verzekerd worden.

Aangezien aan deze vier voorwaarden was voldaan bevestigde het Gerecht de beslissing van de Europese Commissie dat deze koppelverkoop misbruikmakend was. Het Gerecht wijst erop dat Microsoft het recht blijft behouden om versies van Windows aan te bieden mét Media Player maar dat consumenten de mogelijkheid moeten krijgen om Windows ook te kunnen kopen zonder deze mediaspeler. Microsoft dient dan ook enkel een afzonderlijke versie van Windows op de markt te brengen zonder Media Player.

Met deze uitspraak probeert het Europese mededingingsrecht een balans te creëren tussen enerzijds het aanmoedigen van innovatie via de bescherming van de creatieve inspanningen van ontwikkelaars en anderzijds het aanmoedigen van innovatie door derde partijen toe te laten om gebruik te maken van deze inspanningen. Het blijft afwachten of Microsoft beroep tegen deze beslissing zal aantekenen bij het Europese Hof van Justitie, maar in ieder geval zullen de gevolgen van deze uitspraak nog lange tijd in het communautaire mededingingsrecht blijven nazinderen.

Lees het arrest hier.

donderdag 13 september 2007

Nieuw volgrechtregime vanaf 1 november in voege

De wet van 4 december 2006 (B.S. 23 januari 2007) heeft het Belgisch volgrecht op grafische en beeldende kunst aangepast aan de Europese regels. De uitbreiding van het toepassingsgebied tot élke doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk waarbij professionelen uit de kunsthandel zijn betrokken (na de overdracht door de kunstenaar) was één van de belangrijkste nieuwigheden, net als de nieuwe tariefstructuren. Voor de inwerkingtreding was het nog wachten op een aantal uitvoeringsmaatregelen. Die zijn er nu, zodat het vernieuwde volgrecht in werking kan treden op 1 november 2007. Het nieuwe uitvoeringsbesluit van 2 augustus 2007 (B.S. 10 september 2007) trekt al meteen de vereiste minimumverkoopprijs voor het volgrecht op. Daarnaast legt het in hoofdzaak de verplichtingen van de beheersvennootschappen vast.

Minimumverkoopprijs

De verkoper moet het volgrecht voortaan pas betalen als de verkoopprijs (exclusief belasting) van het beeldend of grafisch kunstwerk op zijn minst 2.000 euro bedraagt. Tot nu was die minimumverkoopprijs vastgelegd op 1.250 euro.


Sabam en Sofam

Sabam en Sofam treden op als de beheersvennootschappen die, in het kader van het volgrecht, in de auteurswet van 30 juni 1994 zijn vermeld als de ‘door de Koning aangewezen beheersvennootschappen’. Die beheersvennootschappen moeten bv. ingelicht worden van de doorverkopen als het redelijkerwijze niet mogelijk is om de auteur of de beheersvennootschap die zijn rechten beheert, in te lichten. Volgrechten die niet kunnen betaald worden aan een beheersvennootschap, worden betaald aan Sabam of Sofam.


Kennisgeving doorverkopen buiten openbare veiling

De actoren uit de professionele kunsthandel moeten om de drie maanden, en dit uiterlijk de twintigste dag na elk kalenderkwartaal, aan de auteur of aan de beheersvennootschap die zijn rechten beheert, melden of er kunstwerken van de auteur zijn doorverkocht buiten openbare veilingen om. De kennisgeving gebeurt via een speciaal formulier dat men kan krijgen bij de beheersvennootschappen die belast zijn met het beheer van het volgrecht. Het formulier vermeldt de identificatiegegevens van de professionele actor, de titel van het kunstwerk, de naam van de auteur, de datum van de doorverkoop en de verkoopprijs, exclusief btw. Gaat het om de doorverkoop van een kunstwerk dat de verkoper minder dan drie jaar geleden rechtstreeks van de kunstenaar heeft verkregen, dan wordt dit ook vermeld. Die kunstwerken vallen immers niet onder het volgrecht, als de doorverkoopprijs geen 10.000 euro bedraagt. De minister van Economie kan de vermeldingen op het formulier aanpassen.


Beheersvennootschappen

De beheersvennootschappen bezorgen de vertegenwoordiger van de minister van Justitie bij de beheersvennootschappen, een lijst van de rechthebbenden die hen het beheer van hun rechten op de kunstwerken vrijwillig hebben toevertrouwd. Ze werken die lijst om de zes maanden bij.
Sabam en Sofam openen een gemeenschappelijke rekening bij een financiële instelling waarop de bedragen gestort worden die niet aan een beheersvennootschap konden betaald worden. Intresten worden gekapitaliseerd. Sabam en Sofam laten één keer per jaar een lijst in het Staatsblad publiceren met daarop onder meer de rechthebbenden van wie de werken het afgelopen kalenderjaar een volgrecht hebben opgeleverd dat gestort is op de gemeenschappelijke rekening. Kunnen de rechthebbenden niet geïdentificeerd worden, dan wordt er een lijst gepubliceerd met de werken waarvoor een volgrecht is betaald op de gemeenschappelijke rekening. Ze maken die lijsten ook bekend op hun website.
De auteur kan zijn rechten gedurende drie jaar na de betalingstermijn opeisen bij Sabam of Sofam. Vordert hij ze niet op binnen die drie jaar, dan verdelen ze de gestorte bedragen onder elkaar. Dit in verhouding tot het bedrag aan volgrechten dat elk van hen tijdens het voorbije jaar heeft geïnd. Daarna herverdelen ze de bedragen onder de auteurs van grafische en beeldende kunst.


Inlichtingen

De door de auteur aangeduide beheersvennootschap kan bij de professionele actoren uit de kunsthandel tot drie jaar na de doorverkoop inlichtingen opvragen over de werken die ze beheert. Heeft de auteur geen beheersvennootschap aangeduid, dan kunnen Sabam en Sofam de inlichtingen opvragen. De auteur bepaalt zelf aan welke van de twee hij het beheer van zijn inlichtingenrecht opdraagt. Het verzoek om inlichtingen vermeldt de rechtsgrond van het verzoek, de gevraagde gegevens, de redenen en het doel van de vraag en de termijn waarbinnen de inlichtingen moeten meegedeeld worden (minstens twintig werkdagen). De gegevens mogen alleen gebruikt worden voor de inning en de verdeling van het volgrecht.


Doorverkopen van vóór 2 februari 1999

Sabam en Sofam verdelen de volgrechten op de doorverkopen bij openbare veiling die gebeurd zijn vóór 2 februari 1999 en die op 1 november 2007 nog niet betaald zijn aan de auteur of aan de beheersvennootschap die instaat voor het beheer van zijn rechten. Ongeacht wanneer die doorverkopen zijn gebeurd, verjaart de auteursvordering na drie jaar te rekenen vanaf 1 november 2007.


Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 2 augustus 2007 treedt in werking op 1 november 2007. Ook de meeste bepalingen van de wet van 4 december 2006 (met uitzondering van artikel 7, a) en d)) treden dan in werking.

Sabam vs Scarlet (3)

In de Juristenkrant van deze week (nr. 153 - 2007) verscheen mijn commentaar bij het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in de zaak tussen Sabam en Scarlet. Lees dit artikel alvast hier.

Ondertussen betreurt Sabam dat de overkoepelende organisatie van alle internetproviders in België (ISPA) alle onderhandelingen weigert in het kader van de gerechtelijke uitspraak tegen de provider Scarlet.

De Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers (SABAM) heeft woensdag 12 september 2007 akte genomen van de beslissing van de overkoepelende organisatie van alle internet service providers in België (ISPA) om elke onderhandeling te weigeren met het oog op een minnelijke schikking in het kader van de gerechtelijke uitspraak die in juli jl. in het dossier SABAM/SCARLET werd geveld.

Zoals bekend, had SABAM de ISPA en de internetproviders " Belgacom " en " Telenet " op dat ogenblik onmiddellijk een brief gestuurd om de aandacht te vestigen op de rechterlijke beslissing in het dossier tussen SABAM en internetprovider TISCALI, inmiddels SCARLET geworden, waarbij deze laatste ertoe werd veroordeeld " de verzending of de ontvangst, door middel van P2P-software, van illegale bestanden waarin een muziekwerk van het SABAM-repertoire voorkomt, te verhinderen ".

Alvorens een proces aan te spannen om deze beslissing op straffe van een dwangsom aan alle andere Belgische toegangsleveranciers op te leggen, wenste SABAM bovendien na te gaan of die laatsten bereid waren te onderhandelen over een akkoord waarbij zij zich ertoe zouden verbinden de beslissing op vrijwillige basis uit te voeren.

In die brief liet SABAM bovendien weten dat de providers, in het kader van een eventueel akkoord, SABAM spoedig dienden te informeren over de specifieke maatregelen waartoe elk van hen zich zou verbinden.

SABAM meende en meent in dat verband nog steeds " dat de toegangsleveranciers als professionelen van de sector het meest aangewezen zijn om de geschiktste maatregel uit te kiezen naargelang hun informatica-omgeving en rekening houdend met het nagestreefde doel ".

Vandaag betreurt SABAM dat de ISPA alle onderhandelingen weigert na op 19 juli jl. per brief nochtans gunstig te hebben gereageerd op een gevraagde ontmoeting daaromtrent. SABAM stelt vast dat de ISPA sindsdien de aanvankelijk geplande vergaderdatums tot tweemaal toe heeft verdaagd. SABAM is van mening dat de ISPA de volledige verantwoordelijkheid draagt voor deze mislukking.

You are not alone

In een arrest van 4 september 2007 oordeelde het hof van beroep te Brussel dat het muzieknummer ‘You are not alone’ , geschreven door R. Kelly en gezongen door Michael Jackson wordt beschouwd als ‘een namaak’van het nummer 'If we can start all over' van de Belgische gebroeders Van Passel.

De Standaard geeft meer informatie over deze zaak en biedt de mogelijkheid om de twee nummers af te spelen en te vergelijken.