donderdag 20 september 2007

Google

In het Journal des tribunaux van deze week (nr. 6278 - 29/2007) is een uiterst lezenswaardig artikel verschenen van A. Strowel over de auteursrechtelijke aspecten van de activiteiten van Google. Het abstract van dit artikel getiteld 'Google et les nouveaux services en ligne :quels effets sur l’économie des contenus,quels défis pour la propriété intellectuelle ?' , luidt als volgt :


Google et les moteurs de recherche modifient la façon dont les contenus (articles de presse, livres, films, etc.) sont rendus accessibles au public. Traditionnellement, la presse, les éditeurs de livres et les producteurs audiovisuels vendent ces contenus. Les services de recherche et de distribution en ligne offrent désormais des contenus en accès gratuit, ce qui concurrence les médias classiques. Cette économie du gratuit est largement financée par la publicité en ligne, notamment la vente de mots clés déclenchant l’apparition de liens publicitaires au profit des annonceurs. Après avoir présenté les ressorts de cette nouvelle économie des contenus, l’article passe en revue les questions juridiques que posent les moteurs de recherche et autres services en ligne, en particulier en matière de propriété intellectuelle : les ventes de mots clés correspondant à des marques constituent-elles des atteintes à ces marques ? Les revues de presse en ligne sont-elles permises par le droit d’auteur ? Quelle responsabilité pour les sites de « contenus produits par les usagers » ? Comment envisager la numérisation des bibliothèques au regard du droit d’auteur ?

Dominante machtspositie Microsoft bevestigd

Op 17 september 2007 deed het Europese Gerecht van Eerste Aanleg uitspraak in één van de meest controversiële zaken van mededingingsrecht aller tijden. In zijn arrest bevestigde het Gerecht de beslissing van de Europese Commissie dat Microsoft het Europese mededingingsrecht geschonden heeft door misbruik van haar dominantie marktpositie te maken.

Op 3 maart 2004 had de Europese Commissie geoordeeld dat twee verschillende aspecten van de ondernemingspraktijken van Microsoft als misbruikende gedragingen konden worden gekwalificeerd.

Een eerste misbruik bestond er volgens de Commissie in dat Microsoft opzettelijk de interoperabiliteit tussen pc’s die het Windows besturingssysteem draaien en servercomputers die een niet-Microsoft werkgroep serversoftware draaien aan banden legde, door haar concurrenten geen informatie te verstrekken over de Windows software. Een tweede misbruik bestond er volgens de Commissie in dat de integratie van Windows Media Player in het Windows besturingssysteem een onrechtmatige koppelverkoop uitmaakte, waardoor de mededinging op de markt van mediaspelers wordt verstoord.

De Commissie beval Microsoft om maatregelen te nemen opdat een einde aan deze misbruiken zou worden gesteld. Microsoft kreeg van de Commissie eveneens een nooit eerder gezien geldboete opgelegd van € 497 miljoen. Microsoft stelde dienvolgens een annulatieberoep in bij het Gerecht van eerste aanleg, die de beslissing van de Europese Commissie vrijwel integraal bevestigde.

Interoperabiliteit
In essentie komt het misbruikende gedrag van Microsoft er op neer dat zij aan concurrenten geen licentie wil verstrekken op haar producten waardoor deze concurrenten zelf geen eigen producten kunnen ontwikkelen die onder het Windows besturingsysteem kunnen draaien. Een conflict dus tussen enerzijds het mededingingsrecht en anderzijds de contractsvrijheid en de intellectuele eigendom.

Het Gerecht stelde dat conform vaststaande rechtspraak het aan ondernemingen in principe vrij staat om hun handelspartners te kiezen, maar dat onder bepaalde omstandigheden de weigering van een onderneming die een dominante marktpositie heeft om een licentie te verstrekken een misbruik kan uitmaken. Opdat een dergelijke weigering door een houder van een intellectueel eigendomsrecht kan gekarakteriseerd worden als een misbruik van dominante marktpositie dient aan drie voorwaarden te zijn voldaan: (i) de weigering moet betrekking hebben op een product of dienst die onontbeerlijk is voor het uitoefenen van een activiteit op een naburige markt, (ii) de weigering moet van die aard zijn dat elke effectieve mededinging op die markt wordt uitgesloten, en (iii) de weigering moet het verschijnen van een nieuw product verhinderen waarvoor een potentieel vraag bij de consument is. Enkel indien hiervoor een objectieve rechtvaardiging zou kunnen aangevoerd worden, is er geen sprake van een misbruik.

Het Gerecht bevestigde het standpunt van de Commissie dat in casu aan deze drie voorwaarden was voldaan. Het Gerecht oordeelde dat de weigering door Microsoft niet kon gerechtvaardigd worden omwille van het feit dat de desbetreffende technologie door intellectuele eigendomsrechten wordt beschermd. En dergelijke rechtvaardiging zou immers bovenstaande principes neutraliseren. Het Gerecht wees er wel op dat interoperabiliteitsinformatie die Microsoft dient te verstrekken enkel op de specificaties van bepaalde Windows protocollen slaat en niet op de broncode zelf van Windows. Microsoft dien dan ook geenszins haar broncode aan concurrenten mee te delen.

Koppelverkoop
Volgens het Gerecht maakt een koppelverkoop naar communautair recht een misbruik uit indien aan vier voorwaarden is voldaan. (i) Vooreerst dient een onderneming een dominante marktpositie te hebben voor het koppelende product. Er kan volgens het Gerecht weinig discussie bestaan over het feit dat Microsoft een dominante positie heeft op de markt van besturingssoftware voor Pc’s. (ii) Daarnaast dienen het koppelende product en het gekoppelde product twee verschillende producten te zijn. Windows en Media Player zijn volgens het Gerecht twee totaal afzonderlijke producten: het eerste is besturingssoftware, het tweede toepassingssoftware. Zo bestaan er ook andere bedrijven zoals RealNetworks die concurrerende producten aanbieden los van een besturingssysteem en ontwikkelt Microsoft Media Player ook voor andere besturingssystemen. (iii) Bovendien dienen consumenten geen keuzemogelijkheid te krijgen om het koppelende product te kopen zonder het gekoppelde product. Volgens het Gerecht kan er geen discussie over bestaan dat de consument niet in staat zijn om Windows te kopen zonder tegelijk ook Media Player te verkrijgen. Het feit dat Microsoft geen afzonderlijke prijs voor Media Player vraagt of de consumenten niet verplicht zijn om deze mediaspeler te gebruiken, is niet relevant.(iv) Tot slotte moet deze praktijk de mededinging verhinderen. Deze koppeling heeft volgens het Gerecht het onvermijdelijke gevolg dat het voor derden die ook mediaspelers aanbieden een zeer zware opdracht wordt om te concurreren. Dit zou dan ook kunnen leiden tot een vermindering van mededinging op een dergelijke wijze dat het verder bestaan van een effectieve mededingingstructuur in de nabije toekomst niet meer zou kunnen verzekerd worden.

Aangezien aan deze vier voorwaarden was voldaan bevestigde het Gerecht de beslissing van de Europese Commissie dat deze koppelverkoop misbruikmakend was. Het Gerecht wijst erop dat Microsoft het recht blijft behouden om versies van Windows aan te bieden mét Media Player maar dat consumenten de mogelijkheid moeten krijgen om Windows ook te kunnen kopen zonder deze mediaspeler. Microsoft dient dan ook enkel een afzonderlijke versie van Windows op de markt te brengen zonder Media Player.

Met deze uitspraak probeert het Europese mededingingsrecht een balans te creëren tussen enerzijds het aanmoedigen van innovatie via de bescherming van de creatieve inspanningen van ontwikkelaars en anderzijds het aanmoedigen van innovatie door derde partijen toe te laten om gebruik te maken van deze inspanningen. Het blijft afwachten of Microsoft beroep tegen deze beslissing zal aantekenen bij het Europese Hof van Justitie, maar in ieder geval zullen de gevolgen van deze uitspraak nog lange tijd in het communautaire mededingingsrecht blijven nazinderen.

Lees het arrest hier.

donderdag 13 september 2007

Nieuw volgrechtregime vanaf 1 november in voege

De wet van 4 december 2006 (B.S. 23 januari 2007) heeft het Belgisch volgrecht op grafische en beeldende kunst aangepast aan de Europese regels. De uitbreiding van het toepassingsgebied tot élke doorverkoop van een oorspronkelijk kunstwerk waarbij professionelen uit de kunsthandel zijn betrokken (na de overdracht door de kunstenaar) was één van de belangrijkste nieuwigheden, net als de nieuwe tariefstructuren. Voor de inwerkingtreding was het nog wachten op een aantal uitvoeringsmaatregelen. Die zijn er nu, zodat het vernieuwde volgrecht in werking kan treden op 1 november 2007. Het nieuwe uitvoeringsbesluit van 2 augustus 2007 (B.S. 10 september 2007) trekt al meteen de vereiste minimumverkoopprijs voor het volgrecht op. Daarnaast legt het in hoofdzaak de verplichtingen van de beheersvennootschappen vast.

Minimumverkoopprijs

De verkoper moet het volgrecht voortaan pas betalen als de verkoopprijs (exclusief belasting) van het beeldend of grafisch kunstwerk op zijn minst 2.000 euro bedraagt. Tot nu was die minimumverkoopprijs vastgelegd op 1.250 euro.


Sabam en Sofam

Sabam en Sofam treden op als de beheersvennootschappen die, in het kader van het volgrecht, in de auteurswet van 30 juni 1994 zijn vermeld als de ‘door de Koning aangewezen beheersvennootschappen’. Die beheersvennootschappen moeten bv. ingelicht worden van de doorverkopen als het redelijkerwijze niet mogelijk is om de auteur of de beheersvennootschap die zijn rechten beheert, in te lichten. Volgrechten die niet kunnen betaald worden aan een beheersvennootschap, worden betaald aan Sabam of Sofam.


Kennisgeving doorverkopen buiten openbare veiling

De actoren uit de professionele kunsthandel moeten om de drie maanden, en dit uiterlijk de twintigste dag na elk kalenderkwartaal, aan de auteur of aan de beheersvennootschap die zijn rechten beheert, melden of er kunstwerken van de auteur zijn doorverkocht buiten openbare veilingen om. De kennisgeving gebeurt via een speciaal formulier dat men kan krijgen bij de beheersvennootschappen die belast zijn met het beheer van het volgrecht. Het formulier vermeldt de identificatiegegevens van de professionele actor, de titel van het kunstwerk, de naam van de auteur, de datum van de doorverkoop en de verkoopprijs, exclusief btw. Gaat het om de doorverkoop van een kunstwerk dat de verkoper minder dan drie jaar geleden rechtstreeks van de kunstenaar heeft verkregen, dan wordt dit ook vermeld. Die kunstwerken vallen immers niet onder het volgrecht, als de doorverkoopprijs geen 10.000 euro bedraagt. De minister van Economie kan de vermeldingen op het formulier aanpassen.


Beheersvennootschappen

De beheersvennootschappen bezorgen de vertegenwoordiger van de minister van Justitie bij de beheersvennootschappen, een lijst van de rechthebbenden die hen het beheer van hun rechten op de kunstwerken vrijwillig hebben toevertrouwd. Ze werken die lijst om de zes maanden bij.
Sabam en Sofam openen een gemeenschappelijke rekening bij een financiële instelling waarop de bedragen gestort worden die niet aan een beheersvennootschap konden betaald worden. Intresten worden gekapitaliseerd. Sabam en Sofam laten één keer per jaar een lijst in het Staatsblad publiceren met daarop onder meer de rechthebbenden van wie de werken het afgelopen kalenderjaar een volgrecht hebben opgeleverd dat gestort is op de gemeenschappelijke rekening. Kunnen de rechthebbenden niet geïdentificeerd worden, dan wordt er een lijst gepubliceerd met de werken waarvoor een volgrecht is betaald op de gemeenschappelijke rekening. Ze maken die lijsten ook bekend op hun website.
De auteur kan zijn rechten gedurende drie jaar na de betalingstermijn opeisen bij Sabam of Sofam. Vordert hij ze niet op binnen die drie jaar, dan verdelen ze de gestorte bedragen onder elkaar. Dit in verhouding tot het bedrag aan volgrechten dat elk van hen tijdens het voorbije jaar heeft geïnd. Daarna herverdelen ze de bedragen onder de auteurs van grafische en beeldende kunst.


Inlichtingen

De door de auteur aangeduide beheersvennootschap kan bij de professionele actoren uit de kunsthandel tot drie jaar na de doorverkoop inlichtingen opvragen over de werken die ze beheert. Heeft de auteur geen beheersvennootschap aangeduid, dan kunnen Sabam en Sofam de inlichtingen opvragen. De auteur bepaalt zelf aan welke van de twee hij het beheer van zijn inlichtingenrecht opdraagt. Het verzoek om inlichtingen vermeldt de rechtsgrond van het verzoek, de gevraagde gegevens, de redenen en het doel van de vraag en de termijn waarbinnen de inlichtingen moeten meegedeeld worden (minstens twintig werkdagen). De gegevens mogen alleen gebruikt worden voor de inning en de verdeling van het volgrecht.


Doorverkopen van vóór 2 februari 1999

Sabam en Sofam verdelen de volgrechten op de doorverkopen bij openbare veiling die gebeurd zijn vóór 2 februari 1999 en die op 1 november 2007 nog niet betaald zijn aan de auteur of aan de beheersvennootschap die instaat voor het beheer van zijn rechten. Ongeacht wanneer die doorverkopen zijn gebeurd, verjaart de auteursvordering na drie jaar te rekenen vanaf 1 november 2007.


Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 2 augustus 2007 treedt in werking op 1 november 2007. Ook de meeste bepalingen van de wet van 4 december 2006 (met uitzondering van artikel 7, a) en d)) treden dan in werking.

Sabam vs Scarlet (3)

In de Juristenkrant van deze week (nr. 153 - 2007) verscheen mijn commentaar bij het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in de zaak tussen Sabam en Scarlet. Lees dit artikel alvast hier.

Ondertussen betreurt Sabam dat de overkoepelende organisatie van alle internetproviders in België (ISPA) alle onderhandelingen weigert in het kader van de gerechtelijke uitspraak tegen de provider Scarlet.

De Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers (SABAM) heeft woensdag 12 september 2007 akte genomen van de beslissing van de overkoepelende organisatie van alle internet service providers in België (ISPA) om elke onderhandeling te weigeren met het oog op een minnelijke schikking in het kader van de gerechtelijke uitspraak die in juli jl. in het dossier SABAM/SCARLET werd geveld.

Zoals bekend, had SABAM de ISPA en de internetproviders " Belgacom " en " Telenet " op dat ogenblik onmiddellijk een brief gestuurd om de aandacht te vestigen op de rechterlijke beslissing in het dossier tussen SABAM en internetprovider TISCALI, inmiddels SCARLET geworden, waarbij deze laatste ertoe werd veroordeeld " de verzending of de ontvangst, door middel van P2P-software, van illegale bestanden waarin een muziekwerk van het SABAM-repertoire voorkomt, te verhinderen ".

Alvorens een proces aan te spannen om deze beslissing op straffe van een dwangsom aan alle andere Belgische toegangsleveranciers op te leggen, wenste SABAM bovendien na te gaan of die laatsten bereid waren te onderhandelen over een akkoord waarbij zij zich ertoe zouden verbinden de beslissing op vrijwillige basis uit te voeren.

In die brief liet SABAM bovendien weten dat de providers, in het kader van een eventueel akkoord, SABAM spoedig dienden te informeren over de specifieke maatregelen waartoe elk van hen zich zou verbinden.

SABAM meende en meent in dat verband nog steeds " dat de toegangsleveranciers als professionelen van de sector het meest aangewezen zijn om de geschiktste maatregel uit te kiezen naargelang hun informatica-omgeving en rekening houdend met het nagestreefde doel ".

Vandaag betreurt SABAM dat de ISPA alle onderhandelingen weigert na op 19 juli jl. per brief nochtans gunstig te hebben gereageerd op een gevraagde ontmoeting daaromtrent. SABAM stelt vast dat de ISPA sindsdien de aanvankelijk geplande vergaderdatums tot tweemaal toe heeft verdaagd. SABAM is van mening dat de ISPA de volledige verantwoordelijkheid draagt voor deze mislukking.

You are not alone

In een arrest van 4 september 2007 oordeelde het hof van beroep te Brussel dat het muzieknummer ‘You are not alone’ , geschreven door R. Kelly en gezongen door Michael Jackson wordt beschouwd als ‘een namaak’van het nummer 'If we can start all over' van de Belgische gebroeders Van Passel.

De Standaard geeft meer informatie over deze zaak en biedt de mogelijkheid om de twee nummers af te spelen en te vergelijken.

vrijdag 17 augustus 2007

Handhaving intellectuele rechten

Op 7 september 2007 organiseert de ECTA een studiedag over de nieuwe Belgische wetten die de handhaving van intellectuele rechten op burgerrechtelijk en strafrechtelijk vlak moeten optimaliseren. Het programma van deze studiedag is hier terug te vinden. Inschrijven kan hier.

donderdag 16 augustus 2007

Auteursrecht op openbare monumenten

Op IpKat staat een interessante post en commentaar te lezen over de omvang van de auteursrechtelijke bescherming van openbare monumenten. De lezers worden opgeroepen om hun nationale auteursrechtelijke regelgeving te beschrijven aangaande de rechten van de auteursrechthebbenden en diegenen die willen gebruik maken van publiek toegankelijke monumenten.

In de Belgische wetgeving wordt dit overigens geregeld in art. 22 §1, 2° AW.

dinsdag 14 augustus 2007

Databank

Het Hof van Beroep te Brussel heeft op 5 juni 2007 een interessante uitspraak gedaan over de vraag of een uitgestippeld toeristisch traject door de binnenstad van Brussel en een begeleidende tekst, kan beschermd worden door het sui geeneris databankenrecht. Het hof van beroep antwoordde hier negatief op, aangezien bij de verzameling een 'technische toegangsleutel' ontbreekt, zoals een inhoudsopgave of een trefwoordenregeister, om tot de indviduele gegevens uit de verzameling toegang te krijgen. Bovendien verwijst het hof naar de William Hill arresten van het Hof van Justitie en oordeelde dat geen substantiele investering is verricht op één van de drie in deze arresten genoemde niveaus (verkrijging, nazicht, voorstelling).

maandag 16 juli 2007

Charles Dickens

In de Spoorbundel waar eerder reeds naar verwezen werd, is nu ook de bijdrage van professor Jan Kabel online beschikbaar gesteld met als titel 'De onnavolgbare nagevolgd: Over Charles Dickens en het auteursrecht'.

Lees deze bijdrage hier.

Originaliteit bij software

In het Tijdschrift voor computerrecht verscheen in aflevering 3, jaargang 2007, mijn bijdrage over het originaliteitscriterium binnen het auteursrechtelijk beschermingskader van software.

Lees de Word versie hier.

Sabam vs. Scarlet (2)

Dit weekend werd het een en ander de wereld ingestuurd over de procedure tussen Sabam en Scarlet. Zie eerder bericht hierover hier.

Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in hand, heeft sabam ook internetproviders Telenet en Skynet aangeschreven met de vraag om het nodige te doen opdat hun abonnees geen illegale bestanden meer kunnen uitwisselen. Lees dit bericht hier.

De vereniging van internetproviders ISPA heeft ook gereageerd op het vonnis en meegedeeld dat het plaatsen van filters, zoals auteursrechtenvereniging Sabam dit eist in de strijd tegen muziekpiraterij, de internetsector op kosten jaagt die niet doeltreffend zijn. Lees de reactie van ISPA hier.

Ondertussen heeft Scarlet beslist om hoger beroep in te stellen tegen dit vonnis. Lees hier.

vrijdag 13 juli 2007

Second Life

De eerste virtuele inbreuk op het auteursrecht is een feit. De eigenaar maakt er een rechtszaak van.

Kevin Alderman, een ondernemer uit het digitale namaakland Second Life, heeft een klacht ingediend tegen medeburger Volkov Catteneo - wegens namaak. Alderman heeft al een hele rist successen op zijn palmares staan. Onlangs nog verkocht hij Amsterdam sims, zijn simulatie van de rosse buurt in Amsterdam, voor een slordige 37.000 euro aan een Nederlands mediabedrijf. De man is ook eigenaar van het pikante bedrijfje Eros, dat allerlei seksproducten maakt, waarvan het SexGen-bed het bekendste is. Dat virtuele meubelstuk verkoopt hij voor 12.000 Linden Dollar (de - alweer virtuele - munteenheid van Second Life), wat ongeveer gelijk staat met 33euro. Catteneo, wiens werkelijke identiteit alsnog onbekend is, zou replica's van het bed verkopen voor slechts 4.000 L$.

Volgens Aldermans advocaat, Francis Taney, berokkent Catteneo de onderneming van Alderman flinke financiële schade. Taney wil Linden Lab, het bedrijf achter Second Life, nu voor een echte rechter dagen en het dwingen om Catteneo's identiteit te onthullen. Die is naar verluidt heel gerust in de rechtszaak en schept genoegen uit zijn ongenaakbaarheid. In een virtueel interview vertelde de cyberschurk aan Reuters dat Linden Lab geen gegevens over hem heeft en dat hij in het echte leven ook geen vast adres heeft.

De blogosfeer speculeert ondertussen druk waarom Linden Lab nog niet is opgetreden tegen het vergrijp. Het bedrijf heeft immers een zeer strikte 'wetgeving' rond het copyright. In het verleden beslechtte het al vaker dergelijke zaken in het voordeel van de rechthouder. Deze zaak toont nog maar eens aan dat er een gebrek is aan een juridisch kader voor virtuele handel. Ook de videosite YouTube ligt de laatste tijd zwaar onder vuur, onder meer omdat hij voetbalbeelden aanbiedt waarop een copyright rust.


donderdag 12 juli 2007

Ereloon advocaten

Artikel 14 Handhavingsrichtlijn (Europese richtlijn nr. 2004/48/EG van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, PB. 196/15, 2 juni 2004) stelt dat als algemene regel, de redelijke en evenredige gerechtskosten alsook andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij zal worden gedragen. Onder ‘andere kosten’ worden onder meer advocatenhonoraria verstaan.

De Handhavingsrichtlijn moest ten laatste op 29 april 2006 in nationaal recht zijn omgezet maar de omzettingswetten werden pas op 10 mei 2007 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd (De wet betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten van 9 mei 2007 en de wet betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten van 10 mei 2007 (beide wetten gepubliceerd in B.S. 10 mei 2007, err. 14 en 15 mei 2007). Beide wetten treden in werking op 1 november 2007).

De wetgever vond het niet nodig artikel 14 om te zetten en verwees dienomtrent naar een uit te werken regeling op horizontaal vlak inzake de invorderbaarheid van advocatenhonoraria. Deze regeling is er ondertussen gekomen met de wet van 21 april 2007 (Wet betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat van 21 april 2007, B.S. 31 mei 2007) die in forfaitaire minima en maxima voorziet (nieuw art. 1022 Ger. W.) en welke regeling uiterlijk op 1 januari 2008 in werking treedt.

Deze wetgeving is echter niet richtlijnconform zodat de Belgische rechter vanaf 29 april 2006 het volledige advocatenhonorarium in zaken van intellectuele eigendom als schadepost in aanmerking moet nemen. Hiervoor kan het cassatiearrest van 16 november 2006] aangegrepen worden dat in het contentieux van de onrechtmatige daad (zoals schending van intellectuele rechten) de honoraria van een advocaat gedragen door het slachtoffer als vergoedbare schadepost in aanmerking neemt. Aan het noodzakelijkheidscriterium moet evenwel niet zijn voldaan aangezien de Handhavingsrichtlijn dit niet vereist.

Zo oordeelde het hof van beroep te Bergen dat richtlijnconform artikel 14 Handhavingsrichtlijn een provisioneel bedrag van 5.000,- euro als schadevergoeding toekende, zonder het resultaat van de wetgever af te wachten om op algemene wijze een regeling voor de terugvordering van advocatenhonoraria uit te werken (Bergen 9 oktober 2006, J.L.M.B. 2006, 1867).

Recentelijk oordeelde het hof van beroep te Gent in een andere zin. In een arrest van 25 juni 2007 stelde het hof dat :

Appellante toont niet aan dat art. 14 van de richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten van 29 april 2004 directe werking heeft. Het gebod van artikel 14, dat de lidstaten er zorg voor dragen dat de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt door de verliezende partij zullen gedragen worden, tenzij de billijkhedi zich daar tegen verzet, geldt voor de lidstaten en kan niet ingeroepen worden door een procespartij om de vergoeding van haar schade te bekomen.

Appellante baseert haar vordering verder op artikel 45 van de Overeenkomst inzake de handelsapsecten van intellectuele eigendom van 15 april 1994 (Trips verdrag) om aanspraak te maken op vergoeding van haar advocatenkosten. Ook dit heeft geen directe werking (Cass. 11 mei 2001, zie ook rechtspraak van het Europees Hof van Justitie geciteerd in ZONNEKEYN, G., De directe werking van de TRIPs overeenkomst-Een stand van zaken, I.R.D.I. 2002, (132), 142-147).

dinsdag 10 juli 2007

Parfum

Deze maand is het liber amicorum of opstelbundel zoals de Nederlanders het zo mooi noemen, van prof. Jaap Spoor verschenen. Een van deze opstellen is van de hand van prof. E. Dommering die zijn visie geeft op het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2006 aangaande auteursrechtelijke bescherming van parfums. In zijn eigen gekende stijl analyseert Dommering onder de titel 'Auteursrecht op parfum: de definitieve verdamping van het werkbegrip' dit arrest en de rechtsleer die dit arrest becommentarieerd heeft. Zijn opstel is hier in fulltext te lezen.

vrijdag 6 juli 2007

Sabam vs. Scarlet

Op 29 juni 2007 heeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg Te Brussel uitspraak gedaan in de zaak die reeds een aantal jaren aansleept tussen Sabam en interprovider Scarlet (voorheen Tiscali). De voorzitter legt Scarlet na deskundigenonderzoek op om er voor te zorgen dat haar abonnees via P2P software geen auteursrechtelijk beschermde werken meer kunnen uitwisselen. Een samenvatting van deze uitspraak door Mr. Olivier Sasserath is hier te lezen.

dinsdag 3 juli 2007

GoogleNews

Google heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg in de zaak tegen de Belgische krantenuitgevers. Dat meldt het persagentschap Bloomberg. De rechtbank oordeelde op 13 februari dat Google de auteursrechten schendt door artikels van Frans- en Duitstalige uitgevers te plaatsen op Google News.

De auteursrechtenvereniging Copiepresse stapte vorig jaar naar de rechter, omdat Google zonder toestemming artikels en foto's van Franstalige en Duitstalige uitgevers plaatste op Google News. Google respecteerde volgens hen evenmin de wetten op de auteursrechten.

De rechtbank gaf de uitgevers op 13 februari gelijk, maar Google gaat zoals verwacht in beroep tegen die beslissing, zo bevestigde een woordvoerster van Google aan Bloomberg. Google moest van de rechter een dwangsom van 25.000 euro per dag betalen als het nog foto's, infografieken of artikels van de Copiepresse-kranten op Google News zette.

Ondertussen blijft Google wel onderhandelen met de krantenuitgevers. Die wilden met het internetbedrijf rond de tafel zitten over onlineverwijzingen naar artikels van de elektronische pers.

Op 3 mei kwamen Copiepresse en Google al overeen dat de websites van Belgische Frans- en Duitstalige dagbladen weer te vinden zijn in de zoekmachine van Google. Margaret Boribon, algemeen-sectretaris van Copiepresse, zei aan Bloomberg dat het nieuws niet betekent dat de onderhandelingen met de internetgigant worden stopgezet.

donderdag 28 juni 2007

Kroniek intellectuele rechten 2006

In het Nieuw Juridisch Weekblad van 27 juni 2007 verscheen mijn kroniek intellectuele rechten 2006. In deze kroniek wordt uitvoerig aandacht besteed aan het auteursrecht, portetrecht, softwarerecht en databankenrecht.

Tegelijk wil ik een oproep lanceren aan eenieder die in de rechtspraktijk met het auteursrecht geconfronteerd wordt, om interessante zaken en uitspraken te signaleren. Deze zullen zowel op deze blog als in de kroniek van volgend jaar opgenomen worden.

woensdag 27 juni 2007

European Intellectual Property Review

In de juli 2007 editie van het European Intellectual Property Review verscheen een bijdrage van Sally McCausland (Special Broadcasting Service) over het recent en snel ingevoerd amendement bij de Australische auteurswet om parodie en satire toe te laten.

dinsdag 26 juni 2007

Communication Commerce électronique

In het Franse Communication Commerce électronique van juni 2006 worden een aantal Franse uitspraken op het vlak van het auteursrecht besproken.

Zo bespreekt Christophe Caron :

- het arrest van het hof van beroep te Orléans van 15 februari 2007 aangaande het recht van afbeelding op goederen, en meer bepaald op een hond.

- het vonnis van de rechtbank te Parijs van 1 maart 2007 dat aan de erfgenamen van een architect slechts 1 euro morele schade toekent voor wijzigingen aan het door de architect ontworpen gebouw

- het arrest van het hof van cassatie van 3 april 2007 dat aan fotografen geen informatieverplichting oplegt t.a.v. hun klanten over het auteursrecht

- het arrest van het hof van beroep te Parijs van 14 februari 2007 dat aan een parfum auteursrechtelijke bescherming toekent

donderdag 21 juni 2007

Lawrence Lessig

Tijdens zijn voordracht op de "iCommons Summit 2007" in Dubrovnik heeft professer Lawrence Lessig, stichter van het Initiative Creative Commons, een zwaartepuntwijziging in zijn werkzaamheden aangekondigd. Weliswaar zal hij nog CC bestuurslid blijven en voor Creative Commons werken, maar niet meer als spreekbuis van het Initiative fungeren. Uit het bestuur van de Free Software Foundation trekt Lessig zich bovendien volledig terug. Na meer dan tien jaar op de voorgrond te hebben gestaan van de Free-Culture-Beweging is het volgens hem tijd om zijn leven te veranderen. Als nieuw zwaartepunt neemt Lessig voortaan zijn vroeger specialisatiegebied van het constitutioneel recht, nu met bijzondere aandacht voor corruptiefenomen in de US-amerikaanse politiek.

vrijdag 15 juni 2007

Kathedraal

De Anglicaanse Kerk heeft met gerechtelijke acties gedreigd tegen Sony nadat dit bedrijf de kathedraal van Manchester als setting gebruikte in een uiterst gewelddadig computerspel. Ondertussen hebben de religieuze leiders en de afgevaardigden van Sony elkaar ontmoet om over de kwestie te spreken.

De religieuze leiders beschuldigen Sony ervan de kathedraal van Manchester te ontheiligen. In het spel 'Resistance: Fall of Man', beschikbaar op Playstation 3, worden honderden mensen gedood in een extreem bloedig vuurgevecht in deze kathedraal. Er werden al een miljoen exemplaren werden van het spel verkocht.

Volgens de Kerk heeft Sony nooit de toelating gevraagd om foto’s van de kathedraal te gebruiken. De Kerk vraagt dan ook excuses en wil dat het spel uit de winkelrekken gehaald wordt, anders worden gerechtelijke stappen overwogen. Voorts vraagt de kerk ook 'een aanzienlijke gift' van de winsten van het spel dat gebruikt kan worden voor haar werk met jongeren.

De bisschop van Manchester, Nigel McCulloch, stelde ook dat het onverantwoord is van Sony om Manchester uit te kiezen en er de dood van tientallen 'virtuele' mensen aan te moedigen. In Manchester werden al talrijke jongeren gedood werden met een vuurwapen.

Na de ontmoeting met de religieuze leiders, zei een woordvoerder van Sony dat het spel 'entertainment is en niet gebaseerd is op de realiteit'.




De Auteurswet beschermt architecturale werken, maar het lijkt mij dat de beschermingstermijn van de kathedraal van Manchester reeds lang verstreken is. Een portretrecht op onroerende goederen bestaat tot op heden nog niet. Benieuwd op welke rechtsgrond de Anglicaanse kerk zich dan ook kan steunen om tegen Sony op te treden.

woensdag 13 juni 2007

Citaatrecht

Boek9 bericht over een interessant vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 6 juni 2007 aangaande het citaatrecht waarin de rechtbank oordeelde dat het gebruik van 9 fragmenten, zo’n drie minuten, van een documentaire in een item van zo’n 6 minuten in een nieuwsprogramma, geen auteursrechtelijke inbreuk vormt, maar onder het citaatrecht van artikel 15a AW valt.

De TROS zendt in het programma Eenvandaag een item uit over arbeidsomstandigheden in arme landen. Voor het item van 6 ½ minuut wordt gebruik gemaakt van 9 korte fragmenten (in totaal 3 minuten en 12 seconden) van de documentaire China Blue. De Stichting Nederlands Fonds voor de film heeft een exclusieve licentie op de auteursrechten van de documentaire voor de Benelux en stelt voorafgaand aan de uitzending al te hebben aangegeven geen toestemming te geven om de fragmenten “op deze manier” te gebruiken.

Het beroep van de TROS op de artikel 15 Aw faalt, omdat een documentaire niet kan worden gezien als een nieuwsbericht of gemengd bericht en evenmin als een artikel over een actueel economisch, politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk onderwerp of werk van dezelfde aard. Ook een beroep op 16a AW wordt afgewezen, er was i.c. geen sprake van een actuele gebeurtenis waarbij het niet mogelijk was vooraf toestemming te vragen aan de rechthebbende. Het beroep op artikel 15a Aw, het citaatrecht, slaagt wel.

Johnny Hallyday

In La Semaine juridique (Edition Général) van 6 juni 2007 verscheen een noot van Édouard Treppoz onder het arrest van het Franse Hof van Cassatie van 20 december 2006 in de zaak Johnny Hallyday vs Universal Music

In dit arrest oordeelde het Hof van Cassatie :

Sauf disposition contraire résultant de l'accord des parties, la résiliation, d'un commun accord, du contrat d'enregistrement exclusif, n'y met fin que pour l'avenir de sorte qu'elle n'a pas pour effet d'anéantir rétroactivement les cessions antérieurement intervenues sur les enregistrements réalisés en cours de contrat ; elle n'a pas non plus pour effet d'anéantir les clauses destinées à régir les relations entre l'artiste-interprète et le producteur après la période contractuelle de réalisation des enregistrements. Il s'ensuit que l'arrêt a exactement décidé que le producteur était resté cessionnaire des droits voisins de l'artiste-interprète sur les enregistrements réalisés, et qu'il a en conséquence à bon droit rejeté la demande de restitution des bandes mères et décidé que la clause relative à la durée de l'exclusivité ainsi que la clause catalogue devaient recevoir application.

maandag 11 juni 2007

Good copy, bad copy

De engelse documentaire “Good Copy Bad Copy” (DK 2007) is via het Internet verkrijgbaar. De documentaire behandelt het thema 'auteursrecht en cultuur'. Onder de talrijke geïnterviewden zijn o.m. naast Dan Glickman (voorzitter van MPAA) en John Kennedy (voorzitter van IFPI) ook Creative-Commons-oprichter Lawrence Lessig.

Op de website wordt een korte trailer aangeboden. De volledige film is via BitTorrent in Xvid-formaat opvraagbaar.

Piraterij

De OECD heeft de samenvatting gepubliceerd van de studie over namaak en piraterij: The economic impact of counterfeiting and piracy, dit in het kader van haar 'Counterfeiting and piracy' project.

Ook de Europese Commissie liet zich niet onbetuigd om cijfers aangaande de impact van piraterij te publiceren, meer bepaald over het aantal piraterij-goederen dat door de douane werd onderschept.

vrijdag 8 juni 2007

Offertes

De rechtbank te Leeuwarden (Nederland) diende zich op 30 mei 2007 uit te spreken of de verwerende partij een inbreuk op de auteursrechten van de eisende partij had gepleegd door passages uit een door de eisende partij opgestelde nagenoeg letterlijk over te nemen in een uitgebrachte rapportage. Volgens de rechtbank hebben deze passages in de offerte onvoldoende eigen persoonlijk karakter om te kunnen worden aangemerkt als een werk waarop auteursrecht in de zin van artikel 1 van de Auteurswet rust. Derhalve komen deze passages geen auteursrechtelijke bescherming toe. Voorts komen de passages naar het oordeel van de rechtbank geen geschriftenbescherming toe, omdat zij geen werk zijn dat bestemd is om openbaar gemaakt te worden.

UB40 vs Paris Hilton

Yahoo bericht dat Paris Hilton voor de rechter is gesleept wegens plagiaat. Haar vroegere platenmaatschappij Warner Bros, die haar recentelijk de laan uitgestuurd heeft, is door UB40 voor het Engeland and Wales High Court gedaagvaard aangezien de debuutsingle van Paris Hilton, zijnde 'Stars are blind' te veel zou overgenomen hebben van 'Kingston Town' van Ub40. Een schadevergoeding van £500k wordt gevorderd.

donderdag 7 juni 2007

Google Cache

Het Amerikaanse Court of Appeals for the Ninth Circuit heeft op 16 mei 2007 een zeer interessante uitspraak gedaan over de vraag of Google een auteursrechtelijke inbreuk pleegt door via haar cachefunctie verkleinde inline afbeeldingen van foto's te tonen (de zogenaamde thumbnails). Een inline is een html element dat content toont die op andere website gehost wordt. Het argument van pornoproducent Perfect 10, de eisende partij, was dat deze praktijk een inbreuk uitmaakte op haar auteursrecht, en in eerste instantie gaf het District Court Perfect 10 gelijk. In beroep oordeelde de Ninth Circuit echter dat de handelswijze van Google geen directe inbreuk uitmaakte, aangezien de afbeeldingen niet 'gecopieerd' werden in de echte zin van een woord. Deze uitspraak zal zeer welkom zijn bij bloggers en ontwerpers van websites.

Endstra

Boek9.nl heeft een aantal interessante opinies gepubliceerd van Nederlandse rechtsgeleerden (Hugenholtz, Spoor, Quaedvlieg, Grosheide) aangaande de vraag of gesprekken een auteursrechtelijk beschermd werk kunnen opleveren. Het is opmerkelijk dat de standpunten van gerenomeerde rechtsgeleerden zo diametraal tegen over elkaar kunnen staan. Dit toont aan dat de afbakening van het werkbegrip in het auteursrecht verre van een eenvoudige opdracht is.

Deze opinies werden in de procedure in de zaak Endstra aan de rechters overgemaakt. Lees hier het uiteindelijke vonnis en het arrest. Een cassatievoorziening voor de Hoge Raad is hangende.

donderdag 31 mei 2007

CSS

De rechtbank van eerste aanleg te Helsinki heeft op 25 mei 2007 een zeer interessant vonnis geveld over de invulling van de bescherming van kopieerbeveiligingen. De rechtbank oordeelde dat het 'Content Scrambling System (CSS') dat op DVD's aangebracht wordt niet doeltreffend is, aangezien de beschermingsdoelstelling van dit systeem niet bereikt wordt. Daarom maakt ook de omzeiling van deze technische voorziening geen inbreuk uit. Door de implementatie van de Europese Auteursrechtrichlijn 2001 is in alle EU-landen de omzeiling van een doeltreffende technische voorziening verboden en hebben bijna alle lidtstaten hieraan strafsancties gekoppeld.

In 2005 hadden enkele Finse hackers en activisten een website gemaakt, waarop ze informatie over de omzeiling van de CSS-kopieerbeveiliging openbaar maakten. Zij gaven zich vervolgens spontaan aan bij de politie en deelden mee dat zij een potentiele inbreuk op het auteursrecht gepleegd hadden. Ze dachten immers dat hun gedragingen niet zouden vervolgd worden, wat tegen hun verwachting toch gebeurde.

De rechtbank heeft nu geoordeeld dat CSS niet meer als een doeltreffende technische voorziening kan beschouwd worden. Een gebruiker uit Noorwergen heeft dit systeem immers reeds in 1999 gehackt en ondertussen kunnen eindgebruikers met veel gemak op het internet tal van omzeilingsmiddelen downloaden, meestal zelfs gratis.

Deze uitspraak kan belangrijk zijn voor het beschermingsregime van technische voorzieningen in andere lidstaten, aangezien de term 'doeltreffend' rechtstreeks uit de Auteursrechtrichtlijn komt. Een technische voorziening zou dan ook niet langer doeltreffend meer kunnen zijn indien software om deze voorziening te omzeilen wijdverspreid ter beschikking is.

Creative commons

De Spaans advocaat Javier De La Cueva heeft op zijn weblog een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg (Juzgado de Primera Instancia) te Salamanca van 11 april 2007 gepubliceerd (de volledige Spaanse tekst van dit vonnis kan in jpeg-formaat als zip-bestand gedownload worden).

In de voorliggende zaak had de verweerder, een eigenaar van een jazz-bar, geweigerd om auteursrechten te betalen aan de beheersvennootschap SGAE (de Spaanse 'Sabam'). Hij voerde aan dat hij enkel muziekwerken in zijn bar speelde die hij van het internet gedownload had onder een creative commons licentie. De rechtbank oordeelde dat van de verweerder niet kon verwacht worden dat hij diende te bewijzen of alle muziekwerken die hij in zijn bar afspeelde gedownload waren van het internet onder een creative commons licentie. Het volstaat volgens de rechtbank dat de verweerder kan aantonen dat hij over de noodzakelijke technische hulpmiddelen hiervoor beschikt zoals een computer en een internettoegang. De eiseres draagt de bewijsplicht volgens de rechtbank, om de concrete muziekwerken aan te wijzen, die de verweerder openbaar gemaakt heeft en die niet onder een creative commons licentie vallen. Aangezien de eiseres dit niet kon werd haar vordering afgewezen.

Zowel de feiten als het vonnis van de rechtbank van Salamanca, zijn vergelijkbaar met een vonnis van de rechtbank van Badajoz van 16 februari 2006 . SGAE had zich destijds onthouden om hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen. Advocaat de La Cueva drukt nu de wens uit dat de SGAE dit keer wel in beroep zou gaan, zodat hierdoor eindelijk klaarheid zou geschapen worden of deze vonnissen wat de bewijslast betreft bij de publieke mededeling van muziekwerken ook voor een hof van beroep zouden stand houden.